In Nederland was de kleuterschool tot en met 1985 een onderwijsvorm, die samen met de lagere school een voorloper was van het huidige basisonderwijs. De kleuterschool kende twee klassen:
eerste klas: voor kinderen van 4-5 jaar (is vergelijkbaar met de huidige groep 1 van de basisschool)
tweede klas: 5-6 jaar (groep 2)
Na de tweede klas ging het kind naar de eerste klas van de lagere school.
Kleuterscholen werden aanvankelijk "
bewaarschool" of "fröbelschool" genoemd. De laatste naam was afgeleid van de naam van de Duitse pedagoog Friedrich Fröbel uit Thüringen, die dit soort onderwijs voor de hele kleintjes voorstond. Voorbereidend lager onderwijs was een meer officiële naam.
In 1956 kwam er een wet die het kleuteronderwijs en de subsidiëring daarvan regelde. Verplicht is het nooit geweest, kinderen waren met 4 en 5 nog niet leerplichtig. In 1985 kwam de Wet op het Basisonderwijs waardoor de kleuterscholen allemaal werden samengevoegd met de lagere scholen (waar ze vaak al een samenwerking mee hadden of vlakbij waren gehuisvest). Er kwam toen een afweging wie de directeur van de nieuwe basisschool moest worden: het hoofd van de lagere school of de hoofdleidster van de kleuterschool. De laatste waren overwegend vrouwen, de eersten overwegend mannen. Vanwege de gelijke behandeling werd het toen een probleem wie de kapitein op het schip moest worden. Soms koos men een typische "polder-oplossing": een tweehoofdig directeurschap. Later raakte deze strijd op de achtergrond.
最終更新:2013年08月10日 09:57